Standaard karakters: de love interest

Liefde is mooi. Het is een allesoverheersende kracht die je gek kan maken, pijn kan doen, maar ook veel vreugde kan bezorgen. Het kan je maken of breken – en dat geldt ook voor je karakters, helaas. Het is, zeker in fictie voor wat jongere lezers (young adult, met name), toch vrij gebruikelijk om een love interest erin te schrijven. Of je wel of geen fan bent van elkaar aflebberende karakters laat ik bij jou liggen, maar feit is dat als je ze erin wilt hebben om wat voor reden dan ook, onderstaande dingen handig zijn om mee te nemen voor je romance.

1. Meer dan alleen uiterlijk

Er is zoiets als het stereotype van ‘hersenloze mooie mensen’. En alhoewel het in de praktijk eigenlijk nooit een gerechtvaardigd stereotype is, komt het in verhalen nog wel eens voor. Je hebt een love interest met prachtig donker haar, hemelsblauwe ogen en een lijf dat eruit ziet alsof het zo van de catwalk komt. en… dat is het. Nu kun je je karakter laten zwijmelen over die prachtige ogen van je love interest, die de kleur hebben van een snelstromende rivier nadat er regen is gevallen, en het gezicht dat eruit ziet alsof het gebeeldhouwd is door engelen. Helaas werkt het zo niet. In het echt wil liefde op het eerste gezicht nog wel eens gebeuren – uiterlijk is het eerste dat we zien van iemand, en als dat niet naar onze smaak is, is het ongebruikelijk om dan alsnog verliefd te worden op die persoon in kwestie. Dat laatste, de gevoelens, zijn vaak ook gebaseerd op de persoonlijkheid van diegene, die ons ook aantrekt. Zo werkt het ook bij fictieve karakters. Er mag best een bepaalde aantrekkingskracht zijn op het eerste gezicht op basis van uiterlijk – graag zelfs. Maar er moet meer zijn tussen de twee dan alleen die uiterlijke aantrekkingskracht. Dat voelt veel natuurlijker en geloofwaardiger aan en is dus ook veel realistischer dan alleen dat uiterlijk. Je hoeft je heldin niet iedere keer in katzwijm te laten vallen als haar love interest iets aardigs voor iemand anders doet, maar laat merken dat ze de eigenschap in hem waardeert.

2. De oppervlakkige love interest

Goed, het eerste probleem is opgelost: je hebt je love interest iets uitgebreider uitgedacht en nu is diegene een vriendelijke jongen met een sarcastisch gevoel voor humor en een ding voor kleding naaien. Zijn we dan nu wel klaar? Eh, helaas nog steeds niet. Voordat we ons vol enthousiasme op romantische scènes gaan gooien, is het misschien handig om even over één ding na te denken: stel, de love interest zou niet de love interest zijn, maar gewoon een ander karakter. Zou hij of zij dan nog steeds een goed, op zichzelf staand personage zijn? De oppervlakkige love interest, of zoals TVTropes het noemt, de ‘Satellite Love Interest’, is een karakter dat, op zijn of haar rol als love interest na, niet echt een rol in het verhaal heeft. Zorg er dus voor dat je love interest ook nog op zichzelf staat – hij of zij speelt ook nog een belangrijke rol in de rebellie, en hangt in de tussentijd ook met de rest van de groep hoofdpersonen rond – ook als de held in kwestie er niet is. Dit is iets wat voor ieder karakter zou moeten gelden, maar zeker bij love interests is het iets wat nog benadrukt moet worden.

3. De ‘token romance’

En als laatste is er nog één belangrijk ding dat genoemd moet worden. In tegenstelling tot een hoofdpersoon, een antagonist of zelfs een deuteragonist, staat er nergens geschreven dat je karakter een love interest móét hebben. Aan de andere drie ontsnap je niet, maar een love interest hoeft niet in het verhaal te zitten. Alhoewel het tegenwoordig standaard lijkt om ergens een romantisch subplot in te gooien, moet je niet vergeten dat het lang niet altijd even nodig is. Benoem dus alleen een van je karakters tot love interest als dat ook een doel dient in het overkoepelende verhaal. Dit hoeft geen groot doel te zijn – het is niet direct nodig om halverwege het verhaal de vrouwelijke love interest te gebruiken als damsel in distress. Het kan ook subtieler, bijvoorbeeld dat haar geliefde de chagrijnige, cynische hoofdpersoon inspireert om iets meer haar best te doen (of haar juist helemaal door te laten slaan – het hangt er maar net vanaf wat voor verhaal je wilt schrijven, natuurlijk). Maar laat het wel van belang zijn voor je karakters en het verhaal, want anders had het – zoals al wel vaker aangegeven hier op de blog – er net zo goed niet in kunnen zitten.

Volgende (en laatste) keer in de archetypen: de antagonist!

Standaard karakters: Deuteragonisten, tritagonisten en belangrijke bijpersonages

Lange titels zijn cool, maar dat terzijde.
Goed, we hebben dus een hoofdpersoon die overall prima is en waar je verder mee wilt. Maar één personage maakt nog geen verhaal, dus helaas zal er ook aan andere bijpersonages gedacht moeten worden. Verreweg de belangrijkste groep hierin zijn de deuteragonisten en de tritagonisten, respectievelijk het op één na en het op twéé na belangrijkste karakter uit een verhaal. En daar kunnen nog andere belangrijke karakters bijkomen, alhoewel ze dan geen fancy titel meer hebben. Het kunnen allerlei karakters zijn: love interests (alhoewel die nog een eigen stukje krijgen omdat ze weer aan andere eisen dienen te voldoen), sidekicks, de rest van de magische party die in de loop van het boek met de hoofdpersoon meereist om hem te steunen in zijn queeste om een heilig wapen te bemachtigen… allemaal hebben ze twee dingen gemeen: ze zijn niet de hoofdpersoon, en ze hebben wél een grote rol. En precies om die reden kan het al gauw mis gaan bij bijpersonages, omdat ze in eerste instantie niet langs dezelfde lat worden gelegd als de hoofdpersoon. Onterecht, wat bijpersonages zijn echt van belang voor je boek en kunnen heel makkelijk een verhaal breken. Wat zijn goede dingen om op te letten?

1. Geef ze daadwerkelijk een persoonlijkheid

Het lijkt vrij simpel: je hebt een verzameling aan helpers voor je hoofdpersoon. Er is een mysterieuze magiër, een stoïcijnse huurmoordenaar/ninja/*willekeurig duister beroep* en een energieke boogschutter. Ze zijn te omschrijven met alleen het bijvoeglijk naamwoord dat ik zojuist voor hun beroep heb gezet: meer eigenschappen zijn niet relevant voor het verhaal en hoeven dus ook niet voor te komen. Toch?

Helaas, zo werkt het niet. Kijk maar eens om je heen in je eigen omgeving – is er iemand die je kent die maar één eigenschap heeft? Waarschijnlijk is het antwoord nee, althans, dat hoop ik. Uiteindelijk zijn mensen allemaal complex en hebben we meerdere kanten, en alhoewel je bijpersonages niet allemaal zo complex hoeven te zijn als je hoofdpersoon, bestaan ze uit meer dan één eigenschap. Karakters zijn er weliswaar om het verhaal voort te stuwen, maar het zijn wel menselijke plot devices, en dat moet te zien zijn in hun manier van doen.

2. Maak hun wereld groter dan de hoofdpersoon
Op dezelfde manier als waarop ieder bijpersonage een persoonlijkheid verdient, hebben ze ook allemaal recht op een leven dat verder gaat dan de hoofdpersoon bijstaan. Niet dat zij nou ook direct tegen een andere slechterik moeten vechten om de wereld te redden, maar hun wereld moet wel groter zijn dan alleen de hoofdpersoon: ze moeten hun eigen subplots en/of karakterontwikkelingen doormaken, los van de dingen die de hoofdpersoon maakt. En alhoewel deze niet even groot hoeven te zijn als bij de hoofdpersoon, mogen ze niet non-existent zijn.

3. Voorkom dat hun competentie extremen aanneemt
Zoals eerder al genoemd is, is een hoofdpersoon die alles in zijn eentje op weet te lossen zonder problemen niet boeiend. Hoe verleidelijk het echter ook is, die rol op de sidekick of een van de bijpersonages afschuiven is niet per se een betere oplossing. Uiteindelijk is je hoofdpersoon wel de held van het verhaal en alhoewel we die niet perfect willen hebben, is een grote faalhaas ook maar tot op zekere hoogte leuk.

Daar tegenover staat dus ook wel weer dat bijpersonages niet bedoeld zijn om te laten zien dat je held juist wél heel goed en competent is. Laat ze dus ook niet struikelen over iedere steen die zich op hun pad bevindt terwijl de held er met een sierlijke ballet-sprong overheen springt, metaforisch gesproken. Houd er een gezonde balans in.

4. Geef ze plot-relevantie
Karakters zijn er om het plot voort te stuwen. Je kunt als schrijver nog zo gehecht raken aan een karakter dat je hebt bedacht (been there, done that), als ze niet relevant zijn voor het plot, moet je je serieus afvragen of ze er wel in moeten zitten. Ze hoeven niet een gigantische plottwist te ontketenen (informatie onthullen werkt ook prima, bijvoorbeeld), maar als het verhaal precies hetzelfde was gelopen zonder hen, dan moeten ze misschien ook niet erin zitten (geloof me, ik ken de pijn)… mocht het echter echt lastig zijn om ze er niet in te zetten, dan is een kleine herschrijving van het plot misschien het idee, of ze gebruiken in een ander verhaal.

Bijpersonages zijn leuk. Ze geven kleur aan je verhaal, en als je je best erop doet, kunnen ze echt heel veel aan je verhaal toevoegen. Dus steek er tijd in, want dat verdienen ze, en het verhaal ook.

Standaard karakters: de hoofdpersoon

Standaard karakters: De hoofdpersoon

Zoals misschien al opgevallen is: mijn passie binnen verhalen is karakters en karakter-ontwikkeling. Want laten we eerlijk zijn: ze zijn belangrijk voor een goed verhaal. Als je karakters nog het meest lijken op een in mensenvorm uitgesneden stuk karton, kom je uiteindelijk nog nergens. Binnen het karakter-spectrum zijn er echter buitengewoon veel rollen en mogelijke persoonlijkheden. Voor deze blog ga ik dus afwisselend een aantal van de belangrijkste karakters behandelen in verhalen behandelen: de hoofdpersoon, de sidekick, de love interest en uiteindelijk de antagonist. En vandaag beginnen we met de belangrijkste van allemaal: de hoofpersoon van het verhaal.

De hoofdpersoon als plot-device

Eén nadeel aan de belangrijkheid van een hoofdpersoon: er zijn talloze manieren om een dergelijke hoofdpersoon uit te voeren. Verreweg de meest gebruikelijke manier is om vanuit je hoofdpersoon het verhaal te vertellen en die als belangrijkste personage in het verhaal neer te zetten (de held die de vijand moet verslaan is niet ongebruikelijk), maar je hoofdpersoon kan ook prima een karakter zijn dat niet de belangrijkste rol heeft binnen het verhaal. Dan krijg je een zogenaamde Supporting Protagonist, en dat kan leuk zijn als je eens een bepaald point of view wilt verkennen. Sherlock Holmes (Watson) en The Great Gatsby (Nick) gebruiken de Supporting Protagonist, bijvoorbeeld (wat, in deze gevallen, ook opvallend goed uit de titel is af te leiden). Dan is er natuurlijk nog de optie van meerdere protagonisten die om de beurt vertellen. Hierbij moet ik wel eerlijk zeggen, het is heel makkelijk om het er toch op te laten lijken dat er één karakter de belangrijkste rol heeft, dus dit kan wat tricky zijn als dat niet je bedoeling is.

De hoofdpersoon als persoon

Ja, ik weet dat dit heel algemeen is. Ik ga hier jullie ook niet vertellen hoe je precies je hoofdpersoon in elkaar moet zetten en welke eigenschappen de held in kwestie heeft. Maar, zoals mijn helden Sandra Newman en Howard Mittelmark in hun boek ‘How NOT to write a novel’ zeggen: de beste richtlijnen voor het schrijven van een goed verhaal zijn vooral dingen die je niet moet doen, en daar geef ik ze gelijk in. Trouwens, als je ooit in Engeland bent: koop het boek in kwestie. Het is goed.

Goed, de basis van je hoofdpersoon dus. Het meest standaard is een relatief jong iemand, vaak nog onervaren. Daar is niks mis mee, maar het is bij lange niet de enige optie die er is: ervaren hoofdpersonen kunnen ook prima, en er bestaan zelfs boeken waarin een AI van een schip de hoofdpersoon is. Zolang je het goed weet te schrijven, kan je hoofdpersoon eigenlijk alles zijn. Verreweg de belangrijkste eis is dat je hoofdpersoon begrijpelijk is: de acties die hij, zij of het onderneemt moeten goed aansluiten bij zijn of haar persoonlijkheid en de omstandigheden. Hetzelfde geldt voor emoties die je karakter voelt: ondersteun ze, en laat vooral zien waardoor je hoofdpersoon zich op een bepaalde manier voelt. En, for the love of God, vermijd overpowered hoofdpersonen – zie het stukje over Mary Sues over meer daarover. Verder is het aangeraden dat als je je hoofdpersoon op jezelf wilt baseren, je daar wat voorzichtig mee moet zijn: zorg er in dat geval voor dat het niet al te erg gaat neigen naar wish fulfillment.

De hoofdpersoon in het verhaal

Daar waar de hoofdpersoon als karakter nog heel veel vrijheden heeft, zijn de eisen aan de rol van de protagonist iets strenger. Wat zijn belangrijke dingen om op te letten?

Ten eerste is het van belang dat je hoofdpersoon op een bepaalde manier relevant is voor het verhaal, tenzij zijn/haar machteloosheid onderdeel is van de thematiek van het verhaal. Een hoofdpersoon die eigenlijk alleen maar heen en weer wordt geslingerd door iedereen is niet per se heel boeiend. Dit betekent niet dat je hoofdpersoon niet een passieve persoonlijkheid mag hebben, maar voorkom dat alle problemen je hoofdpersoon maar overkomen en dat hij of zij er gedurende het gehele boek eigenlijk geen relevante rol in speelt.

Ten tweede is er een punt dat in het verlengde ligt van de info-dumps die Imke eerder heeft genoemd: we hoeven echt niet álles te weten van je hoofdpersoon. Voorkom ellenlange exposities over je karakters jeugd of iets in die trant.
Als laatste is hierboven ook al genoemd dat een hoofdpersoon begrijpelijke motieven moet hebben, en realistisch moet reageren. Deze zelfde regel geldt voor acties die je hoofdpersoon onderneemt: wat zijn de redenen erachter? Wat zijn de redenen om het op deze manier uit te voeren?

De genoemde tips zijn wat minder specifiek dan de vorige keer, al is het maar omdat hoofdpersonen maken heel complex kan zijn, en dus zijn het deze keer meer richtlijnen. Maar het zijn wel allemaal richtlijnen die je in je hoofd moet houden tijdens het schrijven. En net zoals de vorige keer: als er manieren te vinden zijn waarbij je deze richtlijnen doorbreekt en je weet het te laten werken, vooral doen. Conventies breken is tof.

Volgende keer: de sidekick.

Mary Sues: een introductie

‘Hi my name is Ebony Dark’ness Dementia Raven Way and I have long ebony black hair (that’s how I got my name) with purple streaks and red tips that reaches my mid-back and icy blue eyes like limpid tears and a lot of people tell me I look like Amy Lee (AN: if u don’t know who she is get da hell out of here!). I’m not related to Gerard Way but I wish I was because he’s a major fucking hottie. I’m a vampire but my teeth are straight and white. I have pale white skin. I’m also a witch, and I go to a magic school called Hogwarts in England where I’m in the seventh year (I’m seventeen). I’m a goth (in case you couldn’t tell) and I wear mostly black. I love Hot Topic and I buy all my clothes from there.’

Prachtig. Mocht je dit stukje hoogstaande literatuur niet kennen: het is afkomstig uit My Immortal, een Harry Potter-fanfic die bekend staat om zijn erbarmelijke kwaliteit. Als je een mooi overzicht wil hebben van wat je vooral niet moet doen in een verhaal: google er maar gewoon eens op. Als je liever wat hersencellen behoudt zou ik het echter niet per se aanraden.
Iedereen kan zien in bovenstaand stukje wat er mis is met het karakter in kwestie: een lange ingewikkelde naam, een typisch en geïdealiseerd uiterlijk, en wat verder in het verhaal slaagt ze erin om iedere jongen voor zich te laten vallen. My Immortal is een fanfic, en daarin zijn dit soort extreme perfecte karakters niet abnormaal en zijn ze meestal ook verschrikkelijk ‘in your face’. In echte fictie, echter, zijn dit soort karakters meestal stukken subtieler dan dat (als ze er al zijn): dat zijn ook de Mary Sues waar ik het meest over zal schrijven. Want ja, ik kan jullie wel gaan vertellen dat je je karakter geen supermodel moet maken die de Chosen One is, alle mogelijke magische krachten in het universum heeft en waar iedereen voor valt, maar stiekem ga ik er vanuit dat de meesten van jullie dat wel tot op zekere hoogte begrijpen.

Wat is een Mary Sue?

Imke heeft me voor deze blog benoemd tot Mary Sue-o-meter. Of die titel terecht is houd ik in het midden, maar feit is wel dat Mary Sues me interesseren, dus vandaar dat ik deze eerste blogpost daaraan wil wijden: wat zijn Mary Sues?

Een Mary Sue is, in haar kern, een te perfect of geïdealiseerd (vrouwelijk) karakter: de mannelijke variant wordt vaak Marty Stu of Gary Stu genoemd. Het is een term die vaak links en rechts aan allerlei karakters wordt gegeven, terecht of onterecht (het wordt ook wel eens gebruikt om überhaupt een slecht uitgewerkt karakter aan te duiden), maar zelf gebruik ik eigenlijk alleen de term voor geïdealiseerde karakters, of karakters die wel wat slechte eigenschappen hebben, maar die toch op een bepaalde manier duidelijk het gehele verhaal met zich mee krijgen.
Goed, dus wat zijn de belangrijkste eigenschappen van de klassieke Mary Sue? Ze:
– Is buitengewoon getalenteerd op een of meerdere gebieden die relevant zijn voor het verhaal
– Is buitengewoon getalenteerd op gebieden die niet relevant zijn voor het verhaal
– Weet alle karakters of zelfs het gehele verhaal naar haar hand te zetten
– Wordt geliefd door alles en iedereen, mens en dier
– Heeft geen slechte eigenschappen, of, indien ze die wel heeft, ondervindt daar geen last van
– Is buitengewoon knap
– Heeft superspeciale krachten, is de laatste van een bepaald ras, is een Chosen One, die line of thought.

Help, mijn karakter is misschien een Mary Sue?
Even voor de duidelijkheid: het hebben van een van de bovenstaande karaktereigenschappen maakt niet meteen dat je karakter een Mary Sue: als dat het geval was, viel al meteen een redelijk deel van de hoofdpersonen af. Uiteindelijk zit het hem allemaal in één ding: de uitvoering. Dat gezegd hebbende raad ik je, tenzij het een parodie is, niet per se aan om alle bovenstaande dingen uit te voeren – het resultaat gaat een Bella Swan zoals in Twilight worden en hopelijk ziet geen van jullie het zitten om tot dat niveau te zinken.

Mocht je je oprecht afvragen of je karakter een Mary Sue is: de makkelijkste manier is om het te laten lezen, omdat Mary Sue lang niet altijd makkelijk vast te leggen zijn. Mocht je niet laagdremplig proeflezers tot je beschikking hebben (die heb ik, op Imke na, ook niet echt namelijk): een redelijk goed en bekend alternatief is de Mary Sue Litmus Test, te vinden op http://www.springhole.net/writing/marysue.htm. Je vult hem in en er komt een Mary Sue-score uit rollen. Nogmaals, dit is geen wet van Meden en Perzen, maar het geeft je wel een richtlijn.

Goed, om te voorkomen dat ik jullie te lang verveel met al mijn gepraat, sluiten we voor hier even deze post, en daarmee onze eerste blogpost ooit, af. Hopelijk was het een beetje nuttig, en tot de volgende keer~

13101313_489159877942935_728998122_n.png