De pitch: hoe prijs je je verhaal aan bij uitgevers en lezers? (Deel 1)


“Goh, waar gaat je boek eigenlijk over?” Veel schrijvers staan vaak een beetje met de mond vol tanden wanneer deze vraag wordt gesteld. Het lijkt zo makkelijk om kort maar krachtig te vertellen waar je nou precies al die maanden aan hebt gewerkt. Je weet immers precies waar het over gaat, je bent er dag en nacht mee bezig! En toch komt er na zo’n vraag een ongemakkelijke, stotterende , onsamenhangende brei van woorden uit. Een gemiste kans. Want als je met scherpe speerpunten, prikkelende zinnen en een zelfverzekerde stem en houding haarfijn kunt overbrengen wat jouw verhaal uniek maakt, kun je hiermee een potentiële lezer strikken. En niet alleen lezers. Een uitgever wil graag precies weten wat voor soort verhaal je te bieden hebt, en dat moet je kort en duidelijk kunnen vertellen. Ze hebben immers niet de hele dag de tijd. Uitgeverij Zilverspoor/Zilverbron (die mij ook het grootste gedeelte van deze tips hebben gegeven, dus ze verdienen een hoop credits!) nodigt bijvoorbeeld schrijvers uit hun verhaal te komen pitchen bij hun stand op beurzen. Een ideale manier om “binnen” te komen –mits je pitch ze raakt tot in het diepst van hun hart. Een wereldschokkende pitch, een pitch waarbij hun monden open vallen en een straal zonlicht vanuit de wolken op je valt. Wat is het geheim?

Allereerst: wat is een pitch?
Een pitch is een heel kort praatje waarin je vertelt waar je verhaal over gaat, wat je genre/doelgroep/doel is, sfeer en/of thema geeft, en in het algemeen vertelt wat jouw verhaal uniek maakt en waarom die ander het zou moeten lezen. Een pitch is bedoeld om te prikkelen. Bovendien kom je een stuk professioneler en enthousiaster over met een goed uitgedachte pitch, in plaats van een zwakke “Ehm, tja, het is een fantasyverhaal en het gaat over een meisje die magische krachten heeft, zeg maar.” Je bedenkt een pitch van tevoren. Dus pak pen en papier. Schrijf verschillende versies op en probeer ze uit voor de spiegel. Het is niet de bedoeling dat je een pitch voorleest. Vertel het alsof het de eerste keer is dat je dit vertelt, alsof je het helemaal niet van tevoren hebt uitgeschreven. Oefen je pitch. Daarover straks meer. Mijn lieve vrienden van Zilverspoor/Zilverbron raadden me aan twee pitches te maken: -de korte pitch is drie of vier zinnen. Je gebruikt deze om te prikkelen en te peilen of er genoeg interesse is. Merk je dat je lezer/uitgever/boekhandel/producent/moeder/hond/ wie dan ook al na deze drie zinnen niet geïnteresseerd is, dan heeft het ook geen zin om je lange pitch af te ratelen. Je zult ze toch niet meer overtuigen. De wereld is hard en onverschillig. -de lange pitch is maximaal één minuut. Als je langer dan één minuut aan het woord bent, verslapt de aandacht. Als je na je lange pitch merkt dat de ander daadwerkelijk geïnteresseerd is, kun je verder gaan: stel vragen (Wat vindt u? Heeft u nog vragen?) of laat ze een stukje lezen.

Wat hoort er in een pitch?
1. Sfeerbeeld. Is de sfeer te vergelijken met een bepaalde tijd in de geschiedenis, of misschien een (combinatie van) een ander boek of film? Associatie is een heel krachtig wapen, maar je moet ermee oppassen. Daarover later meer.

2. Pak een paar punten die de lezer moet weten over jouw wereld, setting en/of situatie, specifiek voor jouw verhaal. Zoek naar het unieke! Niets is vervelender dan een potentiële lezer of uitgever die denkt “hmm, dit ken ik al.”

3. Beperk je tot de hoofdpersoon. Meerdere hoofdpersonen? Kies de belangrijkste. Meerdere hoofdpersonen de belangrijkste? Vooruit dan, eigenwijze schrijver, dan behandel je ze allemaal, maar bedenk je dat je dan voor iedere hoofdpersoon wat minder tijd hebt.

4. Vertel probleem/queeste/droom van de hoofdpersoon.

5. Daarna het punt waarop het mis gaat. Wat is het conflict? Hier worden de meeste lezers pas echt geïnteresseerd.

De volgorde van de hierboven genoemde punten maakt niets uit. Speel er lekker mee! Veel plezier, het is leuk! Oefen vol vuur voor de spiegel en negeer de blikken van je huisgenoten. Vertel je hoe het afloopt? Dat ligt eraan welk doel je hebt met de pitch. Pitch je voor lezers en wil je hen prikkelen, overhalen je verhaal te lezen? Dan verklap je de clou natuurlijk niet! Pas op, je kunt gemakkelijk per ongeluk de clou verklappen. Echt waar. Lezers zijn slimmer dan je denkt, ze kunnen vaak al het einde raden als je een te duidelijke hint in je pitch hebt zitten. Test je pitch zonodig bij familie en vrienden. Pitch je voor een uitgever met het doel dat de uitgever je manuscript aanneemt? Dan is het einde vertellen juist wél aan te raden. De uitgever wil immers weten of het boek zal verkopen. Daarvoor willen ze een goed totaalbeeld hebben van het verhaal –dus ook van het einde.

Advertenties

Sneltip: o wee de Letterlijke Lezer!

Hij bestaat. Echt waar. De Letterlijke Lezer. Deze lezer vat vrijwel alles wat je schrijft letterlijk op. Hij kan er niets aan doen. Het is een vloek.

Kijk eens naar deze pareltjes van zinnen (credits gaan naar Zilverspoor/Zilverbron voor het verzamelen hiervan):

  • “Met een van pijn vertrokken gezicht wreef ze over haar voorhoofd.” Wat leest de Letterlijke Lezer: wow. Heftig. Ze trekt dus eerst een gezicht van iemand af en begint daarmee als een soort handdoek over haar eigen voorhoofd te wrijven!
  •  “Ze schreed gracieus door de deur.” Wat leest de Letterlijke Lezer: deze vrouw heeft duidelijk magische krachten, aangezien ze dwars door hout heen kan lopen (vooral in fantasy zou je hiermee de Letterlijke Lezer echt een verkeerd beeld kunnen geven. In fantasy zouden dit soort dingen namelijk wel eens kunnen).
  • “Haar ogen flitsten naar een punt achter hem.” Letterlijke Lezer ziet oogballen door de kamer vliegen. “Hij liet zijn ogen op haar rusten.” Letterlijke Lezer ziet oogballen op iemands hoofd liggen. “Zijn ogen volgden haar.” Letterlijke Lezer ziet oogbollen achter haar aan rollen. Interessant. Wat wél kan is “Hij rolde met zijn ogen” of “zijn ogen schoten vuur,” aangezien dit vaste uitdrukkingen zijn.

De Letterlijke Lezer is geen grappig verzinsel dat ik hier even opvoer. Ik heb zelf met ze gesproken. Ja, veel mensen zullen over deze dingen heen lezen, maar sommigen ook niet. En als we ook dat percentage van ons lezerspubliek een goede leeservaring willen geven, is het een kleine moeite om daar rekening mee te houden. “Met een van pijn vertrokken gezicht” wordt “Ze vertrok haar gezicht”, “deur” wordt “deuropening” en alle rondvliegende ogen worden gewoon “blik” of “hij keek naar…” of wat voor synoniemen je ook kunt bedenken.

PS. Nu je één keer hebt gehoord over die ogen die overal heen stuiteren, ga je erop letten… de volgende keer dat je zoiets leest in een verhaal, zie jij ze ook door de kamer vliegen. Letterlijk Lezen is besmettelijk!

The Art of Naming: tips en bruikbare links voor het kiezen van namen voor je personages

Het heeft even geduurd, dus om het goed te maken een extra uitgebreide post!

“Call him Voldemort, Harry. Always use the proper name for things. Fear of a name increases fear of the thing itself.”
― 
J.K. RowlingHarry Potter and the Sorcerer’s Stone

Ooit een boek gelezen waar je zo graag van had willen houden, maar waar de namen zo verschrikkelijk gekozen waren dat je het liefst huilend in een hoekje wilde kruipen? Ik wel. O goden, ja, ik wel.
Het is vreemd dat iets simpels zoals een naam een (groot deel van) een boek kan verpesten. Namen hebben macht. Niet zozeer op de manier die bedoeld wordt in veel mythologieën en fantasyboeken die daardoor geïnspireerd zijn (ken iemands echte naam en je hebt een magisch soort macht over hem), maar in de zin dat namen emoties kunnen oproepen, simpelweg door klanken en associaties met verschillende culturen en tijden.
Niemand kan uiteindelijk bepalen welke namen je moet kiezen. Maar als je Keltische druïde Lodewijk heet , of je o zo geweldige hoofdpersonage in een middeleeuws-achtige wereld Akira Mochito wordt genoemd omdat ze zo speciaal is –roepnaam- en je lezers klagen over slecht gekozen namen, dan heb ik je gewaarschuwd.

Een naam past bij de tijd en plaats

Neem een gebied, land of bevolkingsgroep in jouw wereld. Wat lijkt je realistischer: namen die allemaal tot dezelfde cultuur lijken te behoren, of een ratjetoe van viking-achtige namen, een paar Arabische, een paar onuitsprekelijke zelfbedachte “fantasy”namen…
Het laatste komt helaas verbazingwekkend veel voor. De schrijver zal het wel cool hebben gevonden.
Maar als de namen niet bij elkaar passen, voelt deze cultuur een stuk minder echt aan. Al helemaal wanneer diezelfde ratjetoe van namen ook terug te vinden is in andere culturen.
Het geven van namen is een essentieel deel van hoe mensen samenleven. Denk hierbij aan klanken die worden gebruikt, maar ook aan bepaalde tradities rondom het naamgeven. Soms worden kinderen vernoemd naar eigenschappen of omstandigheden rondom hun geboorte , zoals “Septus” (zeven) voor het zevende kind, of Bán (wit) voor een blonde jongen. Soms worden ze vernoemd naar familieleden. Soms zelfs naar goden. Sommige culturen hebben bijgeloof rondom bepaalde namen. Vaak zijn er verschillende soorten namen voor verschillende lagen van de bevolking.
Als je namen lijken op middeleeuwse namen, zal de lezer die cultuur automatisch interpreteren als middeleeuws-achtig. Als je namen gebruikt als “Grote Havik” en “Dansende Stier” zal de lezer eerder denken aan een meer primitief jager-verzamelaarsvolk. Bedenk dus eerst hoe je je cultuur wilt overbrengen op de lezer, en begin dan te googlen naar passende namen. Moeilijk is dat niet: type gewoon “Ancient Celtic names” en er verschijnen een hele hoop pagina’s.
Maar pas op. “Medieval names” klinkt als een goede zoekterm, maar “de middeleeuwen” is eigenlijk een lang tijdvak met veel culturele veranderingen, helemaal niet statisch, zoals veel mensen nog steeds denken. Een “middeleeuwse” naam in Spanje is waarschijnlijk ook heel anders dan in Engeland, of het Heilige Roomse Rijk (=Duitsland), of IJsland, of, of…

Hier een aantal namensites die ik zelf gebruik. Mijn favoriet is deze prachtsite voor Germaanse namen, met een heerlijke ouderwetse feel:https://taaldacht.nl/mannelijke-namen/
Voor Keltische namen (en dan de écht oude namen, niet die met Romeinse en christelijke invloeden) een aantal sites, zoals deze:http://www.namenerds.com/scottish/gaelicguy.html handige zoektermen zijn “Gaelic names” en “Welsh names”.
En voor viking-achtige namen: http://www.behindthename.com/names/origin/old-norse

“Letitia! What a name. Halfway between a salad and a sneeze.” 
― 
Terry PratchettI Shall Wear Midnight

 

Klanken

Voor mijn bijpersonages pluk ik schaamteloos namen van namensites, passend bij de cultuur (nadat ik eerst even de betekenis hebt gecheckt, ik wil geen naam die verwijst naar een god die in mijn wereld niet bestaat, bijvoorbeeld). Maar hoofdpersonen krijgen vaak een zelf bedachte naam. Mijn speciale lieverdjes, hé.
Eerst onderzoek ik welke klanken en lettercombinaties passen in de cultuur van de hoofdpersoon. Want mijn speciale lieverdje moet niet zó speciaal worden dat hij niet eens in zijn eigen cultuur past. Een naam die past bij zijn afkomst dus. Ga je toch voor een “speciale” naam (en je zult niet de eerste schrijver zijn…), zorg er dan voor dat het een goede reden heeft in je verhaal. Dat voorkomt heel wat oogrollen van de lezer.
En dan ga ik achterover zitten in mijn stoel en grom, brabbel en piep ik hardop allerlei klanken. Dor! Rummmm! Kirrr! Rah! Perfect voor een duistere heerser. Of een dwerg. Vreemd genoeg klinken dwergennamen in fantasyverhalen altijd zo zwaar, net zo zwaar als de stenen waarmee ze werken. (Ondertussen kijken de aanwezigen in de kamer me verbaasd aan) Fielll, mi, suuuuuh. Ai? Veel i’s en e’s. Lieflijk. Ik zie een bloemenweide en een prachtige vrouw. Tssj. Fliiieer. Birili. Mikiki. Herhaling met veel i’s. Schattig en komisch. (Ondertussen vinden de aanwezigen in de kamer me een stuk minder schattig en komisch en vragen ze of het wel goed met me gaat.)
Ben je niet zo van dit spastische klankenproeven? Vooruit, er bestaan altijd nog de “name generators”. De namen die ze geven zijn niet historisch (zelfs niet de “real names”) en soms wat twijfelachtig, maar een goede inspiratiebron en soms zit er een pareltje tussen. Dus ga je gang: http://fantasynamegenerators.com/
(Dan zal ik proberen mijn persoonlijke afkeer te verbergen.)

Achternamen en bijnamen

 

Vroegâh waren achternamen sowieso meestal bijnamen. Echte achternamen bestaan pas sinds de Napoleontische tijd. Daarvoor bestonden er natuurlijk familienamen, die ook van ouder op kind werden doorgegeven, maar die vond je vooral in de hogere kringen. Schoenmakers en stalknechten, herbergiers en boeren hadden die niet. Hoe maak je dan toch onderscheid tussen Jan de bakker en Jan de hondenfokker? Simpel. Je noemt ze Jan de Bakker en Jan de Hondenfokker. Of je noemt de ene Jan en de ander Oude Jan. Of Jan, zoon van Piet. Want er is maar één Piet in het dorp.
Dit soort “achternamen” waren heel gewoon en iemand stelde zich vaak ook zo voor. Het was de naam waarmee je bekend stond in de gemeenschap. Vergis je niet, ze konden soms behoorlijk creatief zijn.
Een aantal categorieën van achter/bijnamen waaraan je kunt denken:

-Stad of streek waar het personage vandaan komt. Hadewich van Stuttgard. Lucius de Aronian (uit het Aroniaanse rijk, of zoiets). Brundur Zevensnaar van de IJzige Fjorden.

-Beroep. Sindel Schutter. Of bovengenoemde Jan de Bakker. Het kan ook wat subtieler: Appel, voor een appelteler, of Ratelaar, voor iemand die wagenwielen maakt.

-Uiterlijke kenmerken of persoonstrekjes. Aodgan Broodbreker. Wijze Kandell. Geelbaard. Kleine Vos. De Dikke.

De mogelijkheden zijn eindeloos.

“Blue. My name is Blue Sargent.”
“Blair?”
“Blue.”
“Blaize?”
Blue sighed. “Jane.”
“Oh, Jane! I thought you were saying Blue for some reason. It’s nice to meet you, Jane.”
― 
Maggie StiefvaterThe Raven Boys

 

Eh, oeps… namen met een onvoorziene (negatieve) betekenis

De naam Adolf was lange tijd na de Tweede Wereldoorlog bijzonder onpopulair. En nog steeds heeft het een bittere bijsmaak, vind je niet? Nu is “Adolf” redelijk te begrijpen, maar soms heeft die naam die je hebt bedacht een niet al te prettige betekenis in een andere taal. Of het is de naam van een beroemdheid, groot bedrijf, of iets anders wat veel mensen kennen, maar jij toevallig niet toen jij het verhaal schreef. Je wilt natuurlijk niet dat mensen jouw personage associëren met een koekjesreclame omdat een bepaald merk blijkbaar dezelfde naam draagt. Of tegelijkertijd met een gangster en een bepaald soort paraplu (echt gebeurd –ik heb de naam maar veranderd…).
Doe de Googlecheck. Even de naam intikken vertelt je al snel hoe bekend een bepaalde naam is. Het nadeel aan de Googlecheck is dat het vaak kan gebeuren dat een naam bekend lijkt, terwijl dat eigenlijk wel meevalt. Schrik niet: zelfs de meest vreemde namen krijgen veel hits. Het gaat erom dat je kijkt hoe significant dat is. Is de naam ook een of ander woord in een redelijk onbekende taal? Niet belangrijk. Een zanger die ooit één plaat heeft uitgebracht? Gewoon gebruiken die naam.
Bedenk ook dat het niet erg is als één lezer een bepaalde associatie bij een naam heeft. Toeval heb je altijd, en je kan er niets aan doen dat je personage dezelfde naam draagt als de pestkop van vroeger. Het wordt pas een probleem als het om een groter gedeelte van de lezer gaat.
Waar je de grens trekt tussen “naam houden” of “naam veranderen” bepaal jij.

 

Meer tips of inspiratie voor het geven van (fantasy) namen?
https://www.quora.com/How-do-fantasy-authors-find-names-for-their-characters-and-places

http://www.germmagazine.com/whats-in-a-name-how-authors-do-it/

http://thewritepractice.com/8-tips-for-naming-characters/

Sneltip #1: actiescènes gaan niet om de actie

Een actiescène met alleen maar twee mensen die vechten, of alleen maar legers die elkaar in de pan hakken, dat is, hoe goed geschreven ook, saaaaaaai. Net zoals de uitgebreide choreografie die veel schrijvers toepassen om een gevecht beschrijven: “hij haalde naar haar uit met zijn zwaard, maar zij pareerde het. Ze hief haar voet op om hem in zijn buik te trappen, maar hij sprong weg en stak naar haar schouder. Maar hij had zijn evenwicht nog niet helemaal hervonden, waardoor hij miste.” Saaaaai. De truc: verweef je actie altijd met emotie. Van simpele razernij en bloeddorst tot het besef dat je kleine zusje zal worden gedood als je dit duel niet wint. Laat die dansles voor wat het is en beschrijf liever de bonkende hartslag, de adrenaline, de schrik en angst als je tegenstander je raakt. Laat de strategische infodumps zitten en focus op het psychologische effect dat de veldslag heeft op de personages, tijdens en erna. Bepaal waarom deze actiescène in je verhaal zit en richt je op dat waarom, in plaats van op het hoe ze elkaar precies in het gezicht rammen.

Dan nu veel plezier met het in elkaar meppen van je hoofdpersoon! We zijn schrijvers. Dat soort dingen vinden wij leuk.

images

Wijze lessen van schrijvers en uitgevers op Castlefest: over te dikke boeken, grote versus kleine uitgevers en pitchen bij Zilverspoor


Auteur Kim ten Tusscher op Castlefest!
 http://www.kimtentusscher.com/

Op elk festival waar de stands van Zilverspoor/Zilverbron, Celtica Publishing en andere uitgevers staan, maak ik mijn vrienden gek van ongeduld door ellenlange gesprekken te voeren met de schrijvers. En wat een paar mooie uurtjes (sorry, vrienden) zijn dat altijd! Als ik terugkom van “mijn schrijvers” en mijn vrienden uit pure verveling maar een kaartspelletje zijn gaan spelen zit ik vol met verhalen over het tot stand komen van nieuwe ideeën, worldbuilding, het leven van een schrijver en de grote stap naar het uitgeven.
En soms is er zo’n evenement dat ik wat dingen oppik die ik echt nog niet wist, of dat een auteur een opmerking maakt die me zo motiveert dat ik ter plekke nieuwe ideeën ga opschrijven op de achterkantjes van de spelkaarten van mijn vrienden. Afgelopen Castlefest was zo’n evenement. Ik heb de spelkaarten weliswaar niet beklad, maar ik deel graag de meest opvallende dingen die schrijvers en uitgevers tegen me hebben gezegd.

1. De Nederlandse fantasymarkt houdt niet van dikke pillen
Zowel bij uitgeverij Nimisa als bij Zilverspoor/Zilverbron werd me verteld dat het gewoonweg lastig is een boek met meer dan 120 000 woorden (ongeveer 500 pagina’s) te verkopen. Hoe dikker een boek, hoe duurder het is, en hoewel grote uitgeverijen het wel kunnen maken om dertig euro te rekenen voor een vertaald werk uit het Engels, gaat dat voor een nog redelijk onbekend Nederlands boek te ver. Niet alleen debutantjes hebben daar last van, hoor. Bij Zilverspoor werd me toevertrouwd dat ze weigerden een boek van Peter Schaap (nota bene dé “godfather van de Nederlandse fantasy”) weigerden uit te geven omdat het te lang was en Peter Schaap er niet in slaagde het in te korten.
Maar wees niet bang. Bij het redactieproces wordt er doorgaans enorm veel geschrapt. De kans is groot dat jouw torenhoge manuscript eindigt onder de 120 000 woorden –en daar wordt het verhaal meestal nog sterker van ook. Lukt het echt niet, dan kan het manuscript altijd nog worden gesplitst in twee delen. De kleine Nederlandse uitgevers doen daar niet moeilijk over.

2. Stuur het gewoon op!
Veel schrijvers zijn huiverig voor het opsturen van hun manuscript. Sommigen blijven eeuwig twijfelen, over het manuscript zelf, over de synopsis of begeleidende brief. Anderen vinden het een beangstigend idee dat iets dat voor hen zo persoonlijk is, straks misschien door totaal onbekenden gelezen zal worden. Het is straks niet meer alleen van jou, maar ook van je lezers! Durf je je lieve kindje wel los te laten?
Maar daar schreef je toch voor? Wat heb je te verliezen? Zelfs Kim ten Tusscher, nu heel bekend en met diverse boeken op haar naam, moest even heel diep ademhalen en zich over haar onzekerheid heen zetten. Jij kan het ook.

3. Bij de grotere uitgeverijen kom je eigenlijk niet binnen, maar bij de kleinere wel en ze zijn nog gezelliger ook.
Luitingh-Sijthoff, Boekerij, Uitgeverij Q, het zijn allemaal grote organisaties die zich vooral richten op vertaald werk. Ze zitten eigenlijk helemaal niet te wachten op Nederlandse auteurs die hun manuscript inzenden. Ja, alleen als ze daar zelf om vragen, zoals Luitingh deed met zijn manuscriptenwedstrijd. Het kleine clubje uitverkoren Nederlandse schrijvers hebben hun sporen al verdiend, zijn ooit heel klein begonnen, doorgegroeid en toen opgemerkt door één van de grote jongens. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen, zoals Jeroen van Unen met De Nachtuilen die door Luitingh uit de slush pile is gevist, maar over het algemeen klopt hier het beeld van het zakelijke, onpersoonlijke bedrijf dat soms niet eens de moeite doet je manuscript te lezen.
Hoe anders is dat bij de kleinere uitgeverijen! Zilverspoor/Zilverbron, Books of Fantasy, Nimisa Publishing House, Celtica Publishing, allemaal zijn zij natuurlijk ook bedrijven, maar zij zoeken juist auteurs. Elk goed verhaal verdient een kans, is de gedachte, en Zilverbron richt zich zelfs speciaal op manuscripten die het waard zijn om uitgegeven te worden maar waarbij dat normaal gesproken nooit zou gebeuren. De sfeer is gemoedelijk en persoonlijk. De schrijvers prijzen zelfs elkaars boeken aan en maken grapjes met hun redacteuren en de lezers, terwijl van de grote uitgeverijen alleen Luitingh zich zo nu en dan op festivals vertoont. Auteurs vertelden me over hoe fijn het is om schrijver te zijn bij zo’n uitgeverij, hoe goed en grondig de begeleiding was en hoe streng maar vriendelijk de redactie.
Hoewel Castlefest al voorbij is, staan de uitgevers met hun schrijvers op nog veel meer festivals de komende tijd, groot en klein. Vooral Zilverspoor/Zilverbron kan er wat van.
En mocht je erg benieuwd zijn naar wat Zilverspoor van je ideeën vindt, kom het pitchen! Bereid een kort praatje voor van een paar minuten, vertel over je plot, je doelgroep en de andere plannen die je met het idee hebt, en ga ermee naar Cocky van Dijk. Wees niet bang, het is volledig in de sfeer van Zilverspoor: gezellig kletsen over je idee. Cocky is een schat van een vrouw, die hartelijk meelacht met je en haar oprechte enthousiasme laat merken als ze geïnteresseerd is in je verhaal.
Ja, het is doodeng, en ja, natuurlijk verwacht je dat je gaat blunderen of dat Cocky er niets in ziet. Dat dacht ik ook, maar ik heb het gedaan. En wat denk je? Ze was enthousiast en vroeg om meer.
Een aanradertje dus.

PS. Kijk mij (Imke in dit geval) eens pitchen met Cocky van Zilverspoor! Met mijn plot in haar hand! Kijk de andere schrijvers eromheen eens geïnteresseerd zijn! (Ssst, spreek me nou niet tegen, verpest het moment niet!)
Ik ben toch wel trots. En blij dat schrijver Kim ten Tusscher opeens naar mij toekwam met deze foto.

Schrijfworkshops op FantasiaFest!

Omdat ik het toevallig tegenkwam: op 30 en 31 juli wordt FantasiaFest georganiseerd in Roden. Ze hebben een aantal Nederlandse fantasyschrijvers op het programma staan om workshops te geven in het fantasyschrijven, met onder andere Patty van Delft (van de Drägan Duma-serie), Bas Kock (van Nachtval) die een worldbuildingworkshop geeft, en de “godfather van de Nederlandse fantasy”, Peter Schaap. Ook aanwezig zijn een schrijfcoach en de eigenaar van de uitgever Celtica Publishing.

Workshops en lezingen gaan onder andere over namen in fantasy (en het belang van het vermijden van de name generator), “drama en dialogen”, het gebruiken van mythes en het creëren van personages. Sounds good to me!
Het programma is hier te vinden: http://fantasiafest.nl/verhaal/

De infodump, deel twee: een checklist

medieval_desk_ii_by_two_ladies_stocks

Goed, je hebt deze informatie. De achtergrond van je personage, feiten over je wereld, een technische verhandeling of misschien wil je de lezer trakteren op een diepe en paginalange duik in de gevoelswereld van je hoofdpersoon (kleine tip voor wie het nog niet begreep, dat is meestal niet de bedoeling).
Het is gemakkelijk om teveel informatie te geven, of op het verkeerde tijdstip, of op de verkeerde manier. Maar je hebt die informatie nodig voor het plot, dus waar laat je het? Daarvoor werk ik zelf met deze infodump-checklist.

1. Zit ik niet te vroeg in het verhaal? Je wilt de lezer in het begin bij de kladden grijpen en hem het verhaal in sleuren, hem emoties laten voelen en de personages leren kennen. En wat is dodelijker voor de spanning dan veel informatie in de eerste paar hoofdstukken, of –wee de arme lezer- in de proloog?

2. Zit ik niet vlak voor of in een belangrijk moment in het verhaal, zoals een plotwending of emotioneel stuk? Of een stuk waar de aandacht van de lezer bij de gebeurtenissen moet blijven, zoals bij een gevecht? We voelen de spanning opbouwen, alles koerst onvermijdelijk af op dit ene ogenblik, de gebeurtenissen volgen elkaar op in een natuurlijke flow die steeds sneller gaat… en dan komt de schrijver het podium oplopen om het verhaal doodleuk te onderbreken voor een geschiedenisles.

3. Is het relevant voor het verhaal? Dat kan breed worden opgevat: relevant voor het plot, personageontwikkeling, maar ook relevant voor het neerzetten van de sfeer van het verhaal, verduidelijking van de plaats/wereld van het verhaal, of zelfs relevant voor het leesplezier. Als ik iets vertel dat niet echt invloed heeft op het plot zelf, maar wel bijdraagt aan de wereld, houdt ik dat altijd kort (ja, kort!), of combineer ik het met informatie die wél relevant is voor het plot, zodat het geen encyclopedie wordt. Je hoeft het misschien niet in de prullenbak te gooien, maar houd het kort, kort, korrrrt!

4. Is het niet te lang of te veel? Ik heb niet een standaard regel hiervoor, doe wat je zelf lekker vindt. Driekwart pagina, of iets dergelijks. Of op zijn hoogst vier nieuwe feiten. Wat teveel is, ligt aan het moment in het verhaal, d stijl van vertellen en hoe complex de informatie is. Een gevoelskwestie.

5. In hoeverre kan ik het verwerken in het verhaal?
Het onvermijdelijke show, don’t tell. Laat die hongersnood zien, met magere kindertjes en klitten in het haar, in plaats van erover te vertellen. De regel is niet absoluut: soms heb je hier en daar een regeltje uitleg nodig, het liefst verbonden aan een handeling van een personage.
Ben je op een punt aangekomen waar je er écht niet meer omheen kan en je er wel een uitweiding van moet maken? Kijk of je het verhaal er toch een beetje doorheen kan weven. Gebruik bijvoorbeeld het trucje van Tais Teng: verbind een gevoel aan de beschrijving, door de beschrijving op te voeren vanuit de gedachten van een personage. Meningen en gevoelens zijn natuurlijk veel interessanter dan droge feiten (want mensen houden van andere mensen).
Komt mijn personage bijvoorbeeld in een voor hem onbekende stad, dan beschrijf ik niet droogjes de architectuur maar laat ik mijn personage kijken naar de gewelfde gevels, die hem doen denken aan de Saruïsche bouwstijl, heel anders dan bij hem thuis… Hij mist de schapenhuiden die ze in zijn dorp gebruiktn om over bankjes en stoelen neer te leggen. Hier is alles hard, koud, van hetzelfde grijsgele gesteente als hij in de bergen eromheen heeft gezien. Maar kijk daar! Zijn dat niet edelstenen, gemetseld in de muur? Nu hij beter kijkt ziet hij ze overal opduiken, boven deurposten en raamkozijnen. Daar zou hij nog eens een flinke winst mee op kunnen strijken!

6. En natuurlijk: is de infodump niet te droog geworden? Zelfs al zijn het feiten, die kun je nog wel op een leuke, frisse manier brengen. Gooi een vleugje humor in de strijd, of een mooie vergelijking. Alle tekenen van emotie en menselijkheid zijn beter dan staalharde, zakelijke taal. Je bent niet de algemene voorwaarden van Apple aan het schrijven. Of de troonrede op Prinsjesdag.

Meer weten over de verschillende soorten infodumps, met heel gedetailleerde voorbeelden van hoe het niet en wel moet? Lees dit prachtige artikel: https://www.helpingwritersbecomeauthors.com/common-writing-mistakes-pt-50/
De reacties onder het artikel zijn het vaak ook waard om bekeken te worden. Ze vertellen veel over de individuele struggles van schrijvers met dit onderwerp en hun oplossingen.

De Drie Extreem Dodelijke Infodumps en hoe ze te vermijden

De infodump: een lang, beschrijvend stuk  met achtergrondinformatie die het verhaal onderbreekt. Over de werking van de aandrijving van je ruimteschip of het scheppingsverhaal van je wereld. In de prullenbak ermee, is de norm.
Maar soms kun je niet anders. Soms heeft je lezer informatie nodig die dusdanig lang of ingewikkeld is dat je er toch aandacht aan moet besteden. Soms moet je die info gewoon schaamteloos op de pagina dumpen.
Maar je hebt dumpen en dumpen. Wat onderscheid een goede infodump van een saaie/onnodige/bloedirritante infodump? Ten eerste, check of je infodump niet hoort bij één van deze Extreem Dodelijke Infodumps. Deze drie hoor ik deze opvallend vaak uit de mond van lezers, meestal gevolgd door “ik smeet het boek meteen tegen een muur”. Niet de meest ideale reactie.
Elk van de Drie moet direct met zoeklichten, helikopters en blaffende speurhonden worden opgespoord en geëlimineerd worden. Tenzij je natuurlijk echt een steengoede schrijver bent die er zó mee weet te spelen dat hij ermee weg kan komen –maar omdat ik ervan uitga dat we allemaal geen Tolkien zijn, hier de Dodelijke Drie:

1. De “ik vertel je de hele geschiedenis van mijn wereld”-proloog

“Tienduizend jaar geleden creëerde de zonnegodin Egksehkslajk de wereld Glajdmaww. Maar de god van het duister, Rjaskumhsh, was jaloers, en hij…”

Of:

“Ieder kind in het Hemelse Rijk kent het verhaal van de Sterrenoorlog. Als je ’s avonds een huis binnen zou lopen, dan zou je moeders horen vertellen over de Drakenmeester Qwlsijjs, die zo machtsbelust werd dat hij de keizer Bffshgskj de Veertiende probeerde te onttronen. Daardoor…”

Vooral veel beginnende schrijvers wagen zich aan de “ik vertel je de hele geschiedenis van mijn wereld”- proloog. Niet alleen is hij saai (ik wilde een spannend verhaal lezen, geen college krijgen), en vaak niet effectief (Tegen de tijd dat het van belang is in het verhaal, ben ik allang vergeten hoe de volgelingen van iemand iets deden om dat iets te bemachtigen dat iets zou doen waardoor een ander iemand verslagen zou worden), hij is in de meeste gevallen ook onnodig.
Oké, vraag jezelf nu eens eerlijk af: is dit echt nodig om het verhaal dat ik na deze proloog ga vertellen te begrijpen? Of wil ik eigenlijk alleen interessant doen en laten zien hoe goed ik mijn wereld heb uitgedacht? Dit is echt heel lastig en ook pijnlijk, maar zodra je beseft waarom je schrijft wat je schrijft, kun je de veel te mooi opgepoetste rotte appels eruit vissen.
Ga na wat er met je verhaal gebeurt als je de proloog eruit zou halen. Nog precies hetzelfde en goed te begrijpen? Delete proloog. Of copy-paste proloog in een apart documentje voor je eigen overzicht als je dat wilt, maar verveel er je lezer niet mee. Er is niets mis met trots zijn op wat je hebt bedacht en geschreven, maar als het niet geschikt is voor je lezers, zou het niet in je verhaal moeten staan. (Tenzij je puur voor jezelf schrijft natuurlijk.) Ik heb massa’s documentjes met poëtisch beschreven achtergrondverhalen, en als ik me onzeker voel, dan lees ik die terug. Helpt me om me weer trots te voelen op wat ik heb bedacht. Maar als er eentje toch stiekem mijn proloog in kruipt, toon ik hem geen genade…

Heb je nou écht een belangrijke voorgeschiedenis die ik zou moeten kennen om het verhaal te begrijpen? Laat me er dan mee kennis maken wanneer dat relevant wordt. Dan houd je me in spanning. Je vertelt dan bijvoorbeeld dat je hoofdpersoon in een onvruchtbare en doodse woestijn leeft, met ruïnes van eens grootse en weelderige steden. Dat wekt mijn interesse! Het is voor mij veel leuker om gaandeweg te ontdekken dat de wereld in verval is geraakt na de strijd met de duistere god, dan dat die hele clue al van tevoren is verklapt in de proloog.

2. De “As you know, Bob,” dialoog.

“As you know, Bob, the war ended three years ago. But it left us in poverty.”

“I know, John. That is why we are trying to steal the crown jewels of the emperor and save our family from starvation.”

“Precisely.”

In de “As you know, Bob,” dialoog vertellen de personages elkaar iets wat ze allebei al weten.
“Maar schrijver, waarom is het dan in hemelsnaam nodig dat ze dat elkaar vertellen? Dat heeft voor hen toch geen nut?
“Precies, lezer. Maar jij weet het nog niet, en daarom laat ik deze personages een volstrekt onlogisch gesprek voeren om mijn informatie te dumpen.”
De “As you know, Bob,” dialoog kan ook een veel meer onopvallende vorm aannemen, veel minder duidelijk dan het voorbeeld hierboven:

“Bob, heeft je broer, John, nog last van zijn been?”

“Nee, hij heeft geen last meer, maar waarom vind je het nodig om te vermelden dat John mijn broer is? Ik weet hoe mijn eigen broer heet, dank je. “Je broer” of “John” was voldoende, hoor, mijn geheugen doet het nog prima.”

Vraag je dus bij elke dialoog af: is het logisch dat de personages dit zeggen? Verandert er iets in (de kennis van) de personages of is dit puur voor de lezer?
Je kunt informatie prima verwerken in een dialoog (werkt juist heel goed!) maar zorg er dan bijvoorbeeld voor dat één van de gesprekspartners het nog niet weet. Niet alleen is dit het enige logische om te doen, het creëert ook spanning en conflict, in zekere mate. Iemand weet iets nog niet, maar wil het weten (=spanning, de lezer vraagt zich nu ook af wat er vertelt gaat worden), of, bijvoorbeeld, iemand weet iets nog niet, en wil het ook niet weten. (terwijl de gesprekspartner het hem toch door zijn strot duwt. Rot eens op, ik wil helemaal niet de uitverkorene zijn!)

Meer informatie over de “As you know, Bob,” dialoog:

http://tvtropes.org/pmwiki/pmwiki.php/Main/AsYouKnow

3. Technische of magische verhandelingen die niet van belang zijn voor het plot

We lopen door een prachtige, futuristische stad, die wordt verlicht door gloeiende bollen die in de lucht zweven. We vergapen ons aan dat vreemde landschap, terwijl onze jonge hoofdpersoon door de straten loopt… en opeens wordt het mysterie verbroken doordat dat irritante jochie van een hoofdpersoon ons eens precies gaat uitleggen hoe de regering de bollen kweekt in laboratoria, wat ze daarvoor nodig hebben, de chemische reacties die het licht veroorzaken… En poef, daar gaat de mystiek. We gapen en onze ogen skimmen de pagina, op zoek naar het punt waar het verhaal weer interessant wordt.
Waarom zou de hoofdpersoon haarfijn willen vertellen hoe die bollen worden gemaakt? Voor hem zijn ze toch heel normaal? Als ik vertel over mijn leven aan iemand uit een fantasywereld, dan beschrijf ik wat een televisie is en wat die doet (relevant!), niet hoe dat verrekte ding precies werkt. Ik zou dat bovendien niet eens weten. Hoe kan jouw hoofdpersoon dan wel alles weten over de productieketen van de gloeiende bollen?
Is het nou wel belangrijk dat de lezer weet hoe die bollen worden gemaakt, laat het dan in het verhaal beetje bij beetje doorschemeren. De vader van de hoofdpersoon moppert wat over de vervuilende activiteiten van de bollenfabriek, of de hoofdpersoon maakt per ongeluk zo’n bol kapot en het chemische goedje loopt over zijn handen. Hoofdpersoon sluipt een fabriek binnen en ziet zo hoe de bollen worden gemaakt.
Overigens kun je best informatie over je wereld geven zonder dat die voor het plot belangrijk is (dit geeft een gevoel alsof de wereld veel groter is dan alleen dit ene verhaal, en dat is natuurlijk iets moois), maar houd het kort en besteed er geen hele pagina’s aan. Hint bijvoorbeeld naar mythen, legenden, verre plaatsen of andere culturen (“Ze vertelde het verhaal van de Drakenkoningin die door de duistere god werd gecorrumpeerd, en daarna de legende van de Vliegende Schepen.”), laat ze kort ter sprake komen, maar ga er niet dieper op in, tenzij het van belang is voor het plot.

De Dodelijke Drie zijn niet absoluut. Misschien zijn er voor jou wel een Dodelijke Vier of Vijf, of Twee. Wat iemand wel of niet acceptabel vindt verschilt sterk per persoon en per verhaal. Zoals ik in het begin al zei: misschien weet je één van de Drie zó te gebruiken dat het werkt. Of misschien heb je een grensgeval, waarbij sommige lezers het haten en anderen het juist de hemel in prijzen. Het kan altijd. Jij bent de schrijver, en jij bepaalt wat je wel en niet in je verhaal wilt hebben.

Wij zijn Codex Phantasiae

Tara (plotdokter, Mary Sue-expert, clichéspotter) en Imke (drakenspecialist, dagdroomster, worldbuilder) bloggen over alles wat de beginnende fantasyschrijver én de ouwe rot in het vak willen weten.

Van meteen toepasbare tips ’n tricks tot onderwerpen om over na te denken, van bronnenlijsten tot praktijkvoorbeelden. Van het beschrijven van realistische liefde tot de eeuwige wel-of-geen-proloogdiscussie, van herschrijfirritaties tot toegankelijke historische en mythologische informatie, de basis van generaties fantasyschrijvers.

Eens in de maand verschijnt een nieuwe post.

Like ook onze Facebookpagina!
https://www.facebook.com/codexphantasiae/?fref=ts