Schrijfworkshops op FantasiaFest!

Omdat ik het toevallig tegenkwam: op 30 en 31 juli wordt FantasiaFest georganiseerd in Roden. Ze hebben een aantal Nederlandse fantasyschrijvers op het programma staan om workshops te geven in het fantasyschrijven, met onder andere Patty van Delft (van de Drägan Duma-serie), Bas Kock (van Nachtval) die een worldbuildingworkshop geeft, en de “godfather van de Nederlandse fantasy”, Peter Schaap. Ook aanwezig zijn een schrijfcoach en de eigenaar van de uitgever Celtica Publishing.

Workshops en lezingen gaan onder andere over namen in fantasy (en het belang van het vermijden van de name generator), “drama en dialogen”, het gebruiken van mythes en het creëren van personages. Sounds good to me!
Het programma is hier te vinden: http://fantasiafest.nl/verhaal/

De infodump, deel twee: een checklist

medieval_desk_ii_by_two_ladies_stocks

Goed, je hebt deze informatie. De achtergrond van je personage, feiten over je wereld, een technische verhandeling of misschien wil je de lezer trakteren op een diepe en paginalange duik in de gevoelswereld van je hoofdpersoon (kleine tip voor wie het nog niet begreep, dat is meestal niet de bedoeling).
Het is gemakkelijk om teveel informatie te geven, of op het verkeerde tijdstip, of op de verkeerde manier. Maar je hebt die informatie nodig voor het plot, dus waar laat je het? Daarvoor werk ik zelf met deze infodump-checklist.

1. Zit ik niet te vroeg in het verhaal? Je wilt de lezer in het begin bij de kladden grijpen en hem het verhaal in sleuren, hem emoties laten voelen en de personages leren kennen. En wat is dodelijker voor de spanning dan veel informatie in de eerste paar hoofdstukken, of –wee de arme lezer- in de proloog?

2. Zit ik niet vlak voor of in een belangrijk moment in het verhaal, zoals een plotwending of emotioneel stuk? Of een stuk waar de aandacht van de lezer bij de gebeurtenissen moet blijven, zoals bij een gevecht? We voelen de spanning opbouwen, alles koerst onvermijdelijk af op dit ene ogenblik, de gebeurtenissen volgen elkaar op in een natuurlijke flow die steeds sneller gaat… en dan komt de schrijver het podium oplopen om het verhaal doodleuk te onderbreken voor een geschiedenisles.

3. Is het relevant voor het verhaal? Dat kan breed worden opgevat: relevant voor het plot, personageontwikkeling, maar ook relevant voor het neerzetten van de sfeer van het verhaal, verduidelijking van de plaats/wereld van het verhaal, of zelfs relevant voor het leesplezier. Als ik iets vertel dat niet echt invloed heeft op het plot zelf, maar wel bijdraagt aan de wereld, houdt ik dat altijd kort (ja, kort!), of combineer ik het met informatie die wél relevant is voor het plot, zodat het geen encyclopedie wordt. Je hoeft het misschien niet in de prullenbak te gooien, maar houd het kort, kort, korrrrt!

4. Is het niet te lang of te veel? Ik heb niet een standaard regel hiervoor, doe wat je zelf lekker vindt. Driekwart pagina, of iets dergelijks. Of op zijn hoogst vier nieuwe feiten. Wat teveel is, ligt aan het moment in het verhaal, d stijl van vertellen en hoe complex de informatie is. Een gevoelskwestie.

5. In hoeverre kan ik het verwerken in het verhaal?
Het onvermijdelijke show, don’t tell. Laat die hongersnood zien, met magere kindertjes en klitten in het haar, in plaats van erover te vertellen. De regel is niet absoluut: soms heb je hier en daar een regeltje uitleg nodig, het liefst verbonden aan een handeling van een personage.
Ben je op een punt aangekomen waar je er écht niet meer omheen kan en je er wel een uitweiding van moet maken? Kijk of je het verhaal er toch een beetje doorheen kan weven. Gebruik bijvoorbeeld het trucje van Tais Teng: verbind een gevoel aan de beschrijving, door de beschrijving op te voeren vanuit de gedachten van een personage. Meningen en gevoelens zijn natuurlijk veel interessanter dan droge feiten (want mensen houden van andere mensen).
Komt mijn personage bijvoorbeeld in een voor hem onbekende stad, dan beschrijf ik niet droogjes de architectuur maar laat ik mijn personage kijken naar de gewelfde gevels, die hem doen denken aan de Saruïsche bouwstijl, heel anders dan bij hem thuis… Hij mist de schapenhuiden die ze in zijn dorp gebruiktn om over bankjes en stoelen neer te leggen. Hier is alles hard, koud, van hetzelfde grijsgele gesteente als hij in de bergen eromheen heeft gezien. Maar kijk daar! Zijn dat niet edelstenen, gemetseld in de muur? Nu hij beter kijkt ziet hij ze overal opduiken, boven deurposten en raamkozijnen. Daar zou hij nog eens een flinke winst mee op kunnen strijken!

6. En natuurlijk: is de infodump niet te droog geworden? Zelfs al zijn het feiten, die kun je nog wel op een leuke, frisse manier brengen. Gooi een vleugje humor in de strijd, of een mooie vergelijking. Alle tekenen van emotie en menselijkheid zijn beter dan staalharde, zakelijke taal. Je bent niet de algemene voorwaarden van Apple aan het schrijven. Of de troonrede op Prinsjesdag.

Meer weten over de verschillende soorten infodumps, met heel gedetailleerde voorbeelden van hoe het niet en wel moet? Lees dit prachtige artikel: https://www.helpingwritersbecomeauthors.com/common-writing-mistakes-pt-50/
De reacties onder het artikel zijn het vaak ook waard om bekeken te worden. Ze vertellen veel over de individuele struggles van schrijvers met dit onderwerp en hun oplossingen.